|








|
|
Buxtehude, voorman van de Noord-Duitse barok
Buxtehude,
Dietrich (Oldesloe ca. 1637 – Lübeck 9 mei 1707)
Duits organist en componist van Deense afkomst, was in
1660 organist te Helsingør. Eind 1667 werd hij benoemd tot organist van
de Marienkirche te Lübeck – in welke functie hij de toonaangevende
musicus van Noord-Duitsland was – als opvolger van
Franz Tunder, wiens dochter hij huwde. Voor de zgn. Abendmusiken
in de Marienkirche, die hij het karakter van serieuze kerkconcerten gaf,
componeerde hij vele werken, deels vocaal, deels instrumentaal. Het
enige wat hiervan bewaard is gebleven, is een aantal tekstboeken.
Zijn vocale kerkelijke composities sluiten aan bij die
van Tunder en Schütz.
Bewaard bleven een motet (1683) voor zes instrumentaal-vocale koren en
een groot aantal cantates. De authenticiteit van het anoniem
overgeleverde oratorium Das jüngste Gericht alsook van Missa
brevis (1670) en Magnificat wordt sterk betwijfeld.
Aan instrumentale muziek zijn kamermuziek en
klavecimbel- en orgelwerken bekend, de laatste geschreven in de vorm van
de Sweelinck-Scheidt-school,
met reminiscenties aan Frescobaldi.
Buxtehude is een van de markantste vertegenwoordigers van de
Noord-Duitse barok en oefende vooral door zijn vrije orgelcomposities,
die superieur zijn aan zijn koraalbewerkingen, grote invloed uit in
Noord-Duitsland, ook op J.S. Bach, die hem
bezocht en zijn werken bestudeerd heeft.
Bach
Frescobaldi Tunder Schütz
Scheidt
Sweelinck
|