Messiaen

 

START
Omhoog
Clérambault
Couperin
Demessieux
Dupré
Duruflé
Fauré
Gounod
Guilmant
d'Indy
Méhul
Messiaen
Pierné
Saint-Saëns
Titelouze
Tournemire
Vierne
Widor

 

Messiaen, rationeel en religieus

Olivier MessiaenMessiaen, Olivier

LEVEN

1908 Geboren in Avignon.

1924 Huwelijk met de pianiste Yvonne Loriod.

1930 Organist van de St-Trinité te Parijs (bijna veertig jaar lang).

1936 Hoofdleraar van de 'École Normale de Musique' en de Schola Cantorum.

1942 Hoofdleraar harmonieleer aan het Parijse conservatorium.

1947 Leeropdracht uitgebreid met de vakken analyse, muziekesthetiek en ritmiek.

1955 Leeropdracht uitgebreid met het vak muziekfilosofie.

1947 Leeropdracht uitgebreid met het vak compositie.

1971 Ontvanger van de Erasmusprijs 1971.

1977 Ontvanger van de 'grand prix National de la Musique van de Académie'.

1992 Overleden in Parijs.

Frans componist en organist, studeerde reeds op elfjarige leeftijd aan het conservatorium te Parijs o.m. bij M. Dupré (orgel).

Karakteristiek voor Messiaens componeren is het gebruik van door hem zelf uitgedachte modi (toonreeksen), die niet slechts de melodiepatronen, maar ook de harmonie bepalen. Elke modus is derhalve de drager van een specifieke klankkleur, die de synestheticus Messiaen met reëele kleuren vereenzelvigt. Een ander belangrijk aspect van zijn werk vormt de uiterst gedifferentieerde ritmiek, waarbij het principe van de ‘valeurs ajoutées’ (toegevoegde ritmische eenheden aan een ritmisch grondschema) een rol speelt. Door de combinatie van zowel verschillende modi als ritmische schemata met uiteenlopende lengten ontstaat een muziek die een duidelijke gelaagdheid vertoont.

Aan het compositorisch werk van Messiaen heeft altijd een grote dosis rationaliteit ten gronslag gelegen, getuige het vele onderzoek dat eraan vooraf is gegaan. Typerend is de systematische studie die hij maakte van de zang van vogels: daarvan heeft hij talrijke typen geïnventariseerd en muzikaal genoteerd om deze vervolgens in zijn muziek te verwerken. Voorts onderzocht hij nauwgezet de ritmiek van de oude Griekse en Indiase muziek.

Messiaens rationaliteit staat slechts in schijnbare tegenstelling tot de mystiek-religieuze gedachtewereld, die de ideële basis vormt van zijn gehele oeuvre. In zijn instrumentatie valt een voorliefde voor exuberante klankeffecten te constateren.

WERK

1928 'Le banquet céleste'.

1930 'Diptyque'.

1932 'Apparition de l’Église éternelle'.

1934 'L’ascension' (bewerking voor orgel van een orkestwerk uit 1933).

1935 'La nativité du Seigneur'.

1939 'Les corps glorieux'.

1942 'Technique de mon langage musical' (geschrift): een theoretische onderbouwing van zijn muzikale arbeid.

1950 'Messe de la Pentecôte'.

1951 'Livre d’orgue'.

1954 'Traité du rythme' (geschrift).

1960 'Verset pour la fête de la dédicace'.

1969 'Méditations sur le mystère de la Sainte Trinité'.

1984 'Livre du Saint Sacrement'.


Dupré

Bijgewerkt 18-jan-2007 START | Omhoog | Clérambault | Couperin | Demessieux | Dupré | Duruflé | Fauré | Gounod | Guilmant | d'Indy | Méhul | Messiaen | Pierné | Saint-Saëns | Titelouze | Tournemire | Vierne | Widor