|











|
|
De gebroeders Hendrik en Willem Andriessen
Andriessen, Hendrik
Voluit: Hendricus Franciscus
(Haarlem 17 sept. 1892 – Heemstede 12 april 1981). Nederlands componist en organist, studeerde compositie bij
Bernard Zweers en orgel bij J.P. de Pauw aan het conservatorium te Amsterdam.
Hij was organist van de kathedraal te Utrecht (in welke hoedanigheid hij bekend
werd als improvisator), docent aan het conservatorium te Amsterdam (1926–1954)
en aan het Instituut voor Katholieke Kerkmuziek te Utrecht (1930–1949),
directeur van het conservatorium te Utrecht (1937–1949) en van het Koninklijk
Conservatorium te 's-Gravenhage (1949–1957), alsmede buitengewoon hoogleraar in
de muziekwetenschap aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen (1952–1962).
Zijn werk heeft vooral voor de Nederlandse rooms-katholieke kerkmuziek grote vernieuwende betekenis gehad, omdat het in tegenstelling tot zijn voorgangers in een op de Franse muziek georiënteerd, eenvoudig, objectiverend, verwijd modaal idioom was geschreven. Zijn bewonderende vriendschap met
Diepenbrock was hem hierin mede tot gids. Deze eigenschappen gelden evenzeer voor zijn wereldlijke oeuvre.
WERK
Orkest: 4 symfonieën (1930; 1937; 1946; 1954); Variaties en fuga
op een thema van Johann Kuhnau (1935; strijkork.); Concerto (1950; orgel en ork.);
Symphonische etude (1952).
Instrumentaal: Sinfonia (1939; orgel); Quartetto in stile antico
(1957; strijkkwartet).
Opera: Philomela (J. Engelman, 1950); De spiegel van Venetië (H.
Wagenaar-Nolthenius, 1964).
Koor: Missa in honorem Sacratissimi Cordis (1919; m. orgel);
Missa diatonica (1935); Magnificat (1936; m. orgel); Missa solemnis (1946; m.
orgel); Te-Deum (1968; m. ork.). – Liederen: Magna res est amor (1919); Miroir
de peine (1923); Trois pastorales (A. Rimbaud, 1935).
Geschriften: César Franck (1941); Over muziek (1950; 21955);
Muziek en muzikaliteit (1955).
Andriessen, Willem
Nederlands componist en pianist, broer van
Hendrik.
Diepenbrock
Pauw Zweers
Utrecht
|