Sweelinck, voorloper van Johann Sebastian Bach
Sweelinck, Jan Pieterszoon (Deventer
1562 – Amsterdam 16 okt. 1621)
Noord-Nederlands
organist en componist, broer van de schilder Gerrit Pietersz., was
leerling van zijn vader, Pieter Swybertsz., die hij ca. 1578 opvolgde
als organist aan de Oude Kerk te Amsterdam.
Sweelinck was een van de
grootste orgelvirtuozen van zijn tijd en tevens de belangrijkste
Noord-Nederlandse componist na Jacob Obrecht.
Tot zijn leerlingen behoorden o.a. Samuel Scheidt
en H. Scheidemann, de stichters van de
Noord-Duitse orgelschool, en aldus mag hij als de indirecte leermeester
van J.S. Bach beschouwd worden.
In Sweelincks omvangrijke vocale oeuvre
nemen de vier bundels drie- tot achtstemmige Psaumes de David (1604,
1613, 1614, 1621) en de vijfstemmige Cantiones sacrae (1619) de
belangrijkste plaats in. Ze zijn geschreven in een traditionele polyfone
stijl; de Cantiones zijn voorzien van een basso continuo. Daarnaast
schreef hij ook madrigalen (zie: madrigaal), chansons, canons en enkele
gelegenheidswerken.
Zijn meesterschap als componist ligt op
het gebied van de instrumentale muziek; in zijn – in totaal ca. 70 –
fantasieën, ricercares, toccata's, lied-, dans- en koraalbewerkingen
voor orgel en andere klavierinstrumenten wist hij een geniale
vernieuwende synthese te maken van Italiaanse en Engelse invloeden. Zijn
fantasieën en ricercares baanden de weg voor de klassieke fuga en zijn
koraalvariaties zijn de voorlopers van de orgelkoralen van Bach. Na zijn
dood volgde zijn zoon Dirck
Janszoon Sweelinck (1591–1652) hem als organist aan de Oude
Kerk op; van diens composities zijn slechts vier meerstemmige liederen
bewaard gebleven.
WERK
Chansons (1594, herdr. 1608); Psaumes de
David (1604–1621); Rimes françaises et italiennes (1612); Cantiones
sacrae (1619).
UITG
Opera omnia, nieuwe uitg. van de Ver.
voor Nederl. Muziekgeschiedenis (1965 vv.).
Bach Obrecht Scheidt
Scheidemann
|